Swifterbantcultuur
De naam van het jonge dorp in de polder is verbonden aan een cultuur die zich zo'n zesduizend jaar geleden in Noord-Nederland ophield: de Swifterbantcultuur. Het was een half-agrarische samenleving: mensen die 's zomers neerstreken op de oeverwallen van getijdekreken en op oude rivierduinen en die in de winter hun toevlucht zochten op hoger gelegen gronden.
Waar nu ongeveer Swifterbant ligt, stroomden in de overgangsperiode van het mesolithicum naar het neolithicum de Overijsselse Vecht en de IJssel, in een landschap dat vergelijkbaar was met de huidige Biesbosch. Het wemelde van de kreken en prielen, waarlangs kleine groepjes mensen hutjes optrokken.
Hogestijn: “Precies in dat gat is er iets cruciaals gebeurd, van fundamentele betekenis voor onze geschiedenis. De eerste aanzet vinden we wel terug aan het einde van het mesolithicum, als de mensen al wat aan akkerbouw en veeteelt gaan doen en gereedschap van geslepen stenen gebruiken.”De Swifterbantcultuur valt voor een deel in de lacune. De bodemkartering na de drooglegging van de polder Oostelijk Flevoland bracht onverwachte informatie aan het licht. Er werden prehistorische woonplaatsen ontdekt, waarvan een aantal tussen 1971 en 1979 werd opgegraven - vlak onder het maaiveld, zo'n vijf meter beneden NAP.

Op de oeverwallen ontdekten de archeologen de sporen van kleine ronde hutten. De woonplaatsen werden voortdurend opgehoogd met riet; onder de haardplaatsen werden kleiplaten aangebracht om te voorkomen dat de hut in brand vloog. Het moet een zoetwatermilieu geweest zijn, getuige de visresten en de vegetatie die werden aangetroffen. Snoek en brasem, maar ook aal en meerval zwommen er in die tijd. En stuifmeelonderzoek wees uit dat er een gemengd loofbos was met eiken, iepen, essen, linden en hazelaars.
Waar het voorgeslacht van Swifterbant vandaan kwam, is nog steeds een raadsel. En er zijn nog wel meer vragen waarop de archeologen het antwoord schuldig blijven: waaròm men zich in dat drassige milieu vestigde bij voorbeeld. “Maar voor Nederland is dit een unieke nederzetting”, zegt Hogestijn. “Op de omliggende zandgronden zijn ook overblijfselen uit de Swifterbantcultuur aangetroffen, maar dat zijn alleen losse vondsten. Aardewerk is daar hoogst zeldzaam. Het was zo zacht gebakken, dat het bij vorst en droogte uit elkaar viel.
”In Swifterbant waren de condities echter ideaal. De nederzetting 'verdronk' in de zee, een dik pakket slib bedekte de plaatsen die door de prehistorische mens (naar schatting ging het om twintig tot vijftig personen) was verlaten. Alles wat er gevonden is, tot het kleinste scherfje en vuursteentje, is sindsdien onaangeroerd gebleven. Hogestijn: “Het is een schoon, zuiver vondstencomplex.
Er is geen menging geweest met oudere of jongere vondsten. Zoiets is op zandgrond niet mogelijk.”

Een vracht aan werktuigen van vuursteen is er gevonden; verder potscherven, botten van dieren en een kleine zeventig menselijke skeletten waaronder die van een volwassen vrouw en een stel kinderen. Daarmee kan worden vastgesteld dat complete huishoudens op de oeverwallen hun tijdelijk kampement opsloegen. Erfelijk onderzoek toonde aan dat het om bloedverwanten ging. Hogestijn heeft in de jaren tachtig meegedaan aan het onderzoek in Swifterbant. De nederzettingen en de grafvelden zijn inmiddels weer toegedekt. “Niks mee doen, stil laten liggen”, is de stelling van de archeoloog. “Ze staan op de meldingskaart, de bodem is beschermd. Er wordt wel op geboerd, maar het beleid van de provincie is de historische waarde te handhaven. Dankzij een speciale beplanting ligt het er keurig bij. Wat dat betreft is het bewustzijn in Flevoland ten aanzien van de archeologie bijna perfect. Een stuk land vanwege die archeologische waarde niet in produktie geven, kost geld - maar het is wel gebeurd”.
De provincie heeft de locatie waar Swifterbant in de vroegste vorm is gevonden, onlangs opgenomen in een archeologische polderroute. Er zijn ook plannen om de kennis over de prehistorische bewoning door middel van informatieborden door te geven aan het publiek. Hogestijn heeft zijn onderzoeksterrein inmiddels verlegd naar de Hoge Vaart in het zuiden van de polder - hij doet er maandelijks verslag van in de rubriek 'Lopend onderzoek' in dit katern. Voordat daar de A 27 wordt doorgetrokken naar Lelystad, wordt een nederzetting opgegraven die Swifterbant in ouderdom nog lijkt te overtreffen.




