Jan van Hengel
In 2007 kwam het Comité Urker Schedels in het nieuws. Zij claimen een aantal Urker Schedels die op slinkse wijze door een Hilversum geneesheer van de Urker Begraafplaats waren geroofd. Wie was deze geneesheer, een grafrover of een een zeer gerespecteerd man in zijn woonplaats….
Een korte schets van Johannes Fredericus (Jan) van Hengel (1811-1892).
Jan van Hengel
De eerste die aandacht vroeg voor de gezondheidsproblematiek van Hilversum in het midden van de 19e eeuw was Johannes Fredericus (Jan) van Hengel (1811-1892). Deze arts, afgestudeerd aan de medische faculteit van de Leidse universiteit, vestigde zich in 1838 als geneesheer in Hilversum. Wat hij daar aantrof schrok hem in eerste instantie zozeer af, dat hij direct rechtsomkeert wilde maken. Zijn professor moedigde hem echter aan: ‘Gebreken en kwalen te genezen is prijselijk; maar schooner en edeler is het ziekten te voorkomen en den levensduur te verlengen. Kom jonge vriend! keer naar Hilversum terug en wees gij daar de pionnier in de practische gezondheidsleer’.
Het voorkomen van ziekten was inderdaad een van de hartstochten van Van Hengel. In 1875 publiceerde hij de Geneeskundige plaatsbeschrijving van Gooiland. In dit belangrijke werk beschreef hij alle misstanden die hij in zijn praktijk had gezien op systematische wijze. De belangrijkste oorzaken van die misstanden lagen volgens hem in de achterlijke gebruiken onder de bevolking, in het totale gebrek aan hygiëne en in de onwil van gemeentebestuurders om iets te veranderen. In Hilversum bijvoorbeeld verbood het gemeentebestuur de mesthopen pas toen er een cholera-epidemie dreigde.
De bewogenheid van deze bijzondere geneesheer met de allerarmsten blijkt uit een aantal initiatieven die hij nam. Zo regelde hij gratis inenting tegen pokken, ijverde hij voor de bouw van goede arbeiderswoningen, pleitte hij voor ontsmetting van ziektehaarden en organiseerde hij gratis voedseluitdeling. Van Hengel was niet geliefd bij de lokale bestuurders; zijn opvliegende karakter en weinig diplomatiek optreden zullen daar voor een deel debet aan zijn geweest.

Een korte schets van Johannes Fredericus (Jan) van Hengel (1811-1892).
Jan van Hengel
De eerste die aandacht vroeg voor de gezondheidsproblematiek van Hilversum in het midden van de 19e eeuw was Johannes Fredericus (Jan) van Hengel (1811-1892). Deze arts, afgestudeerd aan de medische faculteit van de Leidse universiteit, vestigde zich in 1838 als geneesheer in Hilversum. Wat hij daar aantrof schrok hem in eerste instantie zozeer af, dat hij direct rechtsomkeert wilde maken. Zijn professor moedigde hem echter aan: ‘Gebreken en kwalen te genezen is prijselijk; maar schooner en edeler is het ziekten te voorkomen en den levensduur te verlengen. Kom jonge vriend! keer naar Hilversum terug en wees gij daar de pionnier in de practische gezondheidsleer’.
Het voorkomen van ziekten was inderdaad een van de hartstochten van Van Hengel. In 1875 publiceerde hij de Geneeskundige plaatsbeschrijving van Gooiland. In dit belangrijke werk beschreef hij alle misstanden die hij in zijn praktijk had gezien op systematische wijze. De belangrijkste oorzaken van die misstanden lagen volgens hem in de achterlijke gebruiken onder de bevolking, in het totale gebrek aan hygiëne en in de onwil van gemeentebestuurders om iets te veranderen. In Hilversum bijvoorbeeld verbood het gemeentebestuur de mesthopen pas toen er een cholera-epidemie dreigde.
De bewogenheid van deze bijzondere geneesheer met de allerarmsten blijkt uit een aantal initiatieven die hij nam. Zo regelde hij gratis inenting tegen pokken, ijverde hij voor de bouw van goede arbeiderswoningen, pleitte hij voor ontsmetting van ziektehaarden en organiseerde hij gratis voedseluitdeling. Van Hengel was niet geliefd bij de lokale bestuurders; zijn opvliegende karakter en weinig diplomatiek optreden zullen daar voor een deel debet aan zijn geweest.





